De transparantieplicht uit artikel 50 van de AI Act verplicht u om open te zijn over het feit dat er kunstmatige intelligentie in het spel is. Die verplichting geldt sinds 2 augustus 2026.

Kort samengevat

  • Dit is de fase die nu speelt. Anders dan de hoogrisico-eisen is deze niet uitgesteld.
  • Vijf situaties. Chatbots, gegenereerde inhoud, emotieherkenning, deepfakes en AI-teksten over zaken van algemeen belang.
  • Het moet op het moment zelf. Een vermelding diep in een verklaring voldoet niet.
  • Het geldt ongeacht uw omvang. Er is geen drempel voor kleine organisaties.
  • Combineer met uw AVG-teksten, maar vervang ze niet. Het zijn twee verschillende plichten.

Van alle verplichtingen uit de verordening is dit de zichtbaarste. Uw klanten en bezoekers merken direct of u eraan voldoet, en dat maakt naleving hier ook een kwestie van geloofwaardigheid.

Wat houdt de transparantieplicht in?

Artikel 50 bundelt een aantal situaties waarin mensen moeten weten dat er AI aan te pas komt. In de kern gaat het om vijf gevallen.

  1. Systemen die met mensen communiceren. Chatbots en AI-assistenten moeten kenbaar maken dat de gesprekspartner een machine is, tenzij dat voor een normaal oplettend persoon evident is.
  2. Gegenereerde inhoud. Audio, beeld, video en tekst die door AI zijn gemaakt of bewerkt moeten machinaal leesbaar zijn gemarkeerd als kunstmatig gegenereerd.
  3. Emotieherkenning en biometrische categorisering. Zet u die in, dan moet u de mensen die het betreft daarover informeren.
  4. Deepfakes. Beeld, audio of video die echt lijkt maar dat niet is, moet als zodanig herkenbaar zijn. Voor duidelijk artistiek of satirisch werk geldt een lichtere regel.
  5. AI-teksten over zaken van algemeen belang. Publiceert u die om het publiek te informeren, dan moet u dat melden, tenzij een mens de redactionele verantwoordelijkheid draagt.

Voor materiaal dat al voor 2 augustus 2026 op de markt was, geldt voor het machinaal leesbaar markeren een overgangsregeling. Nieuw gegenereerde inhoud valt er wel meteen onder.

Wanneer is het overduidelijk dat het AI is?

De uitzondering voor situaties waarin het evident is dat iemand met een machine praat, is de bepaling waar in de praktijk het meest op wordt geleund. Dat is riskant, want hij is smaller dan hij lijkt.

De maatstaf is een normaal oplettend, redelijk geïnformeerd persoon in de gegeven omstandigheden. Een chatvenster dat opent met een menselijke voornaam en een profielfoto voldoet daar niet aan, ook niet als u zelf vindt dat iedereen toch wel snapt dat het geen mens is. Hoe menselijker u de interface maakt, hoe kleiner de kans dat u een beroep op deze uitzondering kunt doen.

Ons advies is om die discussie te vermijden. Een korte, eerlijke melding aan het begin van het gesprek kost niets en haalt het hele vraagstuk weg. Bovendien blijkt in de praktijk dat gebruikers daar nauwelijks op afhaken, zolang de melding niet defensief is geformuleerd.

Hoe informeert u op de juiste manier?

Drie eisen bepalen of uw melding voldoet: het moment, de plaats en de begrijpelijkheid.

Het moment is uiterlijk bij de eerste interactie. Niet nadat iemand drie vragen heeft gesteld, en niet pas bij de overdracht naar een medewerker. De plaats is daar waar de interactie zich afspeelt: in het chatvenster zelf, bij het gegenereerde beeld, in de mail die is opgesteld. Een regel in uw algemene voorwaarden of onderaan een verklaring voldoet niet.

De begrijpelijkheid betekent gewone taal. Een zin als “dit gesprek wordt gevoerd door een geautomatiseerde assistent” werkt. Een zin als “dit kanaal maakt gebruik van conversationele technologie” werkt niet, want dat is precies de formulering die verhult in plaats van informeert.

Hoe verhoudt dit zich tot de AVG?

De twee plichten lijken op elkaar en zijn het niet. De AVG verplicht u om betrokkenen te informeren over de verwerking van hun persoonsgegevens: welke gegevens, waarvoor, op welke grondslag en hoe lang. Dat mag in een privacyverklaring, en over de noodzaak van een privacyverklaring schreven wij eerder.

De transparantieplicht uit de AI Act gaat over iets anders: het feit dat er een AI-systeem wordt gebruikt. Die informatie hoort op het moment zelf te komen. U kunt de teksten op elkaar afstemmen, maar u kunt niet volstaan met de een.

Verwerkt uw chatbot persoonsgegevens, dan heeft u dus twee dingen te regelen: de melding in het venster en de verwerkingsinformatie in uw verklaring. Verwerkt hij bijzondere gegevens, bijvoorbeeld omdat mensen er gezondheidsklachten in typen, dan komt daar een DPIA bij.

Wat regelt u nu concreet?

Loop vier dingen langs, en doe dat op systeemniveau, niet op afdelingsniveau.

  • Inventariseer waar in uw dienstverlening AI zichtbaar wordt voor buitenstaanders: chat, mail, telefonie, beeldmateriaal en gegenereerde teksten.
  • Controleer per kanaal of de melding er is, of hij op tijd komt en of hij te begrijpen is.
  • Regel de markering van gegenereerd beeld en audio, en vraag uw leverancier aan te tonen hoe dat technisch gebeurt.
  • Leg vast welke keuze u per kanaal heeft gemaakt en waarom, inclusief de gevallen waarin u meende geen melding nodig te hebben.

Dat laatste punt is het punt dat organisaties overslaan. De onderbouwing van een niet-melding is precies wat u nodig heeft als er later een vraag over komt. Wilt u de hele inrichting in een keer laten toetsen, dan is een AVG audit en nulmeting daar de aangewezen vorm voor, en voor de losse juridische vragen is juridisch privacy advies sneller.

Christian Boertje
CEO · AVG Juristen

Krijg een persoonlijk consult.

Bel ons vandaag nog 030 785 27 91

Christian Boertje
CEO · AVG Juristen